ECLI:NL:RBDHA:2020:6283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing mvv-vrijstelling
Eiseres, een Iraakse vrouw van 66 jaar, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familielid van haar echtgenoot die in Nederland woont. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en meende dat geen vrijstelling van het mvv-vereiste van toepassing was. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiseres voerde aan dat zij op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste, mede vanwege haar leeftijd, gezondheidsklachten van haar echtgenoot, langdurige verblijf van haar familie in Nederland en het ontbreken van een Nederlandse ambassade in Irak.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet heeft beoordeeld of het onevenredig bezwarend zou zijn om vast te houden aan het mvv-vereiste, gelet op de persoonlijke omstandigheden van eiseres en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg op tot een nieuw besluit waarbij alle relevante omstandigheden dienen te worden betrokken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.