ECLI:NL:RBDHA:2020:6280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit met vertrektermijn van 28 dagen
Eiser, een Eritrese vreemdeling, kreeg op 4 oktober 2019 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen. Hij stelde dat hij vanwege politieke problemen in Eritrea niet kon terugkeren en dat het besluit in strijd was met artikel 3 EVRM Pro. Tevens voerde hij aan dat hij te summier was gehoord en dat de staatssecretaris onvoldoende belangen had afgewogen.
De rechtbank overwoog dat eiser onrechtmatig in Nederland verbleef en dat de staatssecretaris voldoende onderzoek had verricht tijdens het gehoor. Eiser had de gelegenheid gekregen zijn omstandigheden toe te lichten, maar had geen bijzondere feiten aangevoerd die een langere vertrektermijn rechtvaardigden. De vertrektermijn van 28 dagen is de maximale termijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro buiten het kader van deze procedure viel en dat eiser een asielverzoek moest indienen indien hij niet kon terugkeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen wordt ongegrond verklaard.