ECLI:NL:RBDHA:2020:6222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bevestiging optieverklaring Nederlanderschap wegens verlies nationaliteit moeder
Eiser heeft een optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap afgelegd, maar de minister van Buitenlandse Zaken heeft deze niet bevestigd. De minister baseerde dit besluit op het standpunt dat de moeder van eiser ten tijde van zijn geboorte niet de Nederlandse nationaliteit bezat, omdat zij die had verloren door haar huwelijk in 1963 met de vader van eiser, die geen Nederlander was.
Eiser stelde dat zijn moeder het Nederlanderschap niet had verloren omdat zij en haar man beiden al de Israëlische nationaliteit hadden en dat het toepasselijke artikel van de Wet op het Nederlanderschap (WNI) kort na het huwelijk was afgeschaft vanwege de onredelijke gevolgen voor Nederlandse vrouwen. De rechtbank oordeelde echter dat de moeder van eiser haar Nederlanderschap verloor op grond van artikel 5, tweede lid, van de WNI, omdat zij de nationaliteit van haar man volgde, die geen Nederlander was.
De rechtbank vond dat de emotionele waarde voor eiser niet kon leiden tot afwijking van de dwingendrechtelijke bepalingen en dat de minister geen ruimte had voor een belangenafweging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bevestiging van de optieverklaring wordt ongegrond verklaard omdat de moeder van eiser ten tijde van zijn geboorte niet de Nederlandse nationaliteit bezat.