ECLI:NL:RBDHA:2020:6134
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van de Opiumwet
Verzoeker heeft een woning die door verweerder op grond van de Opiumwet voor drie maanden is gesloten vanwege de aanwezigheid van een handelsvoorraad hennep. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op spoedeisendheid. Verzoeker stelde dat hij met zijn gezin vanwege het coronavirus niet naar hun woning in Spanje kon terugkeren en daardoor op straat zou komen te staan. Verweerder stelde dat de coronamaatregelen in Spanje versoepeld zijn en dat er geen belemmering is om naar Spanje te reizen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de omstandigheden geen spoedeisend belang rechtvaardigen. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor het reguliere verblijf, de schoolgang van de kinderen en de noodzaak van toegang tot de woning. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.