ECLI:NL:RBDHA:2020:6039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens verslavingsstoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1986, die lijdt aan een middelgerelateerde verslavingsstoornis.
Betrokkene had zelf een plan van aanpak opgesteld, maar na een terugval in drugsgebruik en gedragsproblemen achtte de verpleegkundig specialist dit plan ontoereikend. De rechtbank concludeerde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel, zoals psychische schade en maatschappelijke teloorgang, af te wenden.
De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een periode tot 18 december 2020, waarbij onder meer medicatie, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, onderzoek van kleding en verblijfsruimte, en opname in een accommodatie in afwachting van een HAT-woning zijn toegestaan. Andere meer ingrijpende maatregelen werden afgewezen. De machtiging is evenredig en gericht op stabilisatie van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging met verplichte zorgmaatregelen tot 18 december 2020 wegens een middelgerelateerde verslavingsstoornis en ernstig nadeel.