ECLI:NL:RBDHA:2020:5955
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit bij afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die op 14 oktober 2019 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar bij brief van 11 november 2019. Tijdens de bezwaarprocedure heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste). Inmiddels is op 15 april 2020 het bezwaar ongegrond verklaard en is er geen beroep ingesteld. Hierdoor ontbreekt de vereiste connexiteit.
Omdat het verzoek om voorlopige voorziening niet is ingetrokken maar de connexiteit ontbreekt, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 29 juni 2020 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.