ECLI:NL:RBDHA:2020:5944
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit in vreemdelingenzaak
Verzoekster, van Ugandese nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij een besluit van 24 februari 2020. Tegen dit primaire besluit maakte verzoekster bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste). Inmiddels was op 1 april 2020 het bezwaar ongegrond verklaard en had verzoekster geen beroep ingesteld. Hierdoor ontbrak de vereiste connexiteit.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Janse van Mantgem op 29 juni 2020 in Haarlem, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van connexiteit.