ECLI:NL:RBDHA:2020:5937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indexering maatmanloon en geschiktheid functies bij WIA-uitkering
Eiser, arbeidsongeschikt verklaard, betwistte het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 9 juni 2019 te beëindigen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Centrale discussiepunten waren de juiste datum voor indexering van het maatmanloon en de geschiktheid van de geduide functies.
De rechtbank stelde vast dat het arbeidsdeskundig onderzoek is afgerond op de datum van het rapport (5 april 2019), waarna het maatmanloon dient te worden geïndexeerd aan de hand van het toen beschikbare indexcijfer (113,5). De stelling van eiser om een later indexcijfer te gebruiken werd verworpen omdat dit pas na het onderzoek bekend werd. De berekening leidde tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 34,89%, wat geen ander rechtsgevolg heeft dan het bestreden besluit.
Ten aanzien van de functies oordeelde de rechtbank dat de arbeidsdeskundige en verzekeringsarts voldoende gemotiveerd hadden waarom de functies textielproductenmaker en wikkelaar geschikt zijn voor eiser, ondanks bezwaren over lawaai en trillingsbelasting. Er was geen aanleiding om aan deze onderbouwing te twijfelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.