ECLI:NL:RBDHA:2020:5864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1992. Het verzoek werd ingediend na overlegging van medische verklaringen, zorgplannen en adviezen, waarbij de actuele situatie van betrokkene werd beoordeeld.
Betrokkene werkte niet mee aan het onderzoek en was niet bereid zich te laten horen tijdens de zitting. De rechtbank achtte de medische verklaring van een onafhankelijke psychiater, ondanks het ontbreken van direct contact met betrokkene, voldoende omdat er redelijke pogingen waren gedaan tot onderzoek. De verklaring toonde aan dat betrokkene lijdt aan ernstige psychische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder suïcidaliteit en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging omvat diverse vormen van zorg, zoals medicatietoediening, toezicht, insluiting en beperkingen op vrijheid en communicatie. De machtiging geldt tot en met 11 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg tot 11 september 2020.