ECLI:NL:RBDHA:2020:5740

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
AWB 19/7454
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 9 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na ongegrondverklaring beroep verblijfsdocument

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen op 5 maart 2019. Het bezwaar tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard op 5 september 2019. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:81 Awb Pro kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien tegen een besluit beroep is ingesteld. Echter, de rechtbank heeft het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 19/7453) reeds ongegrond verklaard na een zitting via skype op 28 mei 2020.

Door deze ongegrondverklaring van het beroep ontbreekt de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier I.N. Powell, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep op het bestuursbesluit reeds ongegrond is verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/7454
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juni 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. A. Orhan),
tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 5 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tot op het beroep is beslist.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voor zover hier van belang, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening treffen indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder het verzoek ter zitting te hebben behandeld, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. De voorzieningenrechter acht in dit geval termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:83, derde lid, van de Awb gelet op het volgende.
De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 19/7453 – na behandeling hiervan ter zitting op 28 mei 2020 via een skype-verbinding – ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Awb neergelegde connexiteitsvereiste.
3. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.