ECLI:NL:RBDHA:2020:5739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument voor vader op grond van onvoldoende afhankelijkheidsrelatie met Nederlandse kinderen
Eiser, een Ghanese vader van drie Nederlandse minderjarige kinderen, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet Pro 2000, afgeleid uit artikel 20 VWEU Pro. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aantoonde dat hij daadwerkelijke zorgtaken verrichtte en dat er een afhankelijkheidsrelatie bestond die zou leiden tot vertrek van de kinderen uit de EU bij weigering.
Eiser stelde dat hij betrokken is bij de opvoeding en verzorging van zijn kinderen en overhandigde diverse bewijsstukken, waaronder verklaringen, foto's en WhatsApp-berichten. Verweerder vond deze onvoldoende om een afhankelijkheidsrelatie aan te tonen en stelde dat de kinderen door de moeder verzorgd worden, die een sterke afhankelijkheidsrelatie met hen heeft.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid correct had toegepast, mede in lijn met het arrest Chavez-Vilchez, en dat eiser niet had aangetoond dat de kinderen gedwongen zouden worden de EU te verlaten. Ook werd geoordeeld dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond werd verklaard en dat er geen strijd was met zorgvuldigheids-, motiverings- of evenredigheidsbeginsel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.