ECLI:NL:RBDHA:2020:5714
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening aanlijn- en muilkorfgebod voor hond
Verzoeker is eigenaar van een Mechelse herder waarvoor het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een kort aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, en vervolgens beroep ingesteld. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek. Verzoeker stelde dat de procedure langer duurt dan voorzien en dat zijn hond behoefte heeft aan veel beweging en sociale contacten. Ook gaf hij aan dat hij tijd kostbaar acht en niet beperkt wil worden door kwaadsprekerij en slecht bestuur.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om een spoedeisend belang aan te nemen. Het aanlijn- en muilkorfgebod maakt het mogelijk dat de hond de benodigde beweging en sociale contacten kan krijgen. Het feit dat verzoeker ervoor kiest om de hond in buurgemeenten uit te laten, is een eigen keuze. De overige aangevoerde redenen rechtvaardigen geen voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het aanlijn- en muilkorfgebod wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.