ECLI:NL:RBDHA:2020:5691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende kracht dubbele kinderbijslag voor gehandicapt kind
Eiser vroeg dubbele kinderbijslag toe te kennen met terugwerkende kracht vanaf 2011 voor zijn gehandicapte zoon, die intensieve zorg nodig heeft. Verweerder kende dubbele kinderbijslag toe vanaf het derde kwartaal van 2019, de datum van de aanvraag, en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) geen ruimte biedt voor terugwerkende kracht bij toekenning van dubbele kinderbijslag. De aanvraagdatum is bepalend voor de ingangsdatum van het recht. Het feit dat eiser pas na negen jaar op de hoogte was van het recht en dat het kind al die tijd intensieve zorg nodig had, rechtvaardigt geen afwijking van de wettelijke regeling.
Verder stelde de rechtbank dat de Sociale Verzekeringsbank niet verplicht is belanghebbenden actief te informeren over het recht op dubbele kinderbijslag. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de toekenning vanaf het derde kwartaal van 2019 gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om dubbele kinderbijslag toe te kennen zonder terugwerkende kracht is ongegrond verklaard.