ECLI:NL:RBDHA:2020:5657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding inschrijvingsplicht Wet kinderopvang gehandhaafd
Eiseres exploiteert een gastouderopvangvoorziening en kreeg een bestuurlijke boete van €300 opgelegd wegens het niet inschrijven van een meerderjarige huisgenoot in het Personenregister Kinderopvang (PRK), een verplichting die sinds 1 maart 2018 geldt. De overtreding werd vastgesteld door de Dienst Uitvoering Onderwijs en de gemeente Den Haag.
Eiseres voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de nieuwe inschrijvingsregeling en dat de gemeente haar hierover niet tijdig had geïnformeerd. Zij stelde dat het niet haar taak was om zelf nieuwe regelgeving te volgen en dat de gemeente voorlichting had moeten geven. De rechtbank oordeelde dat het op de gastouder rust om op de hoogte te zijn van de geldende regelgeving en dat de gemeente niet verplicht was om de regeling actief kenbaar te maken.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de overtreding heeft toegegeven en de inschrijving inmiddels heeft verricht. Het beroep tegen de boete werd ongegrond verklaard omdat de overtreding vaststond en de boete terecht was opgelegd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers op 22 juni 2020.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de bestuurlijke boete wegens het niet inschrijven van een meerderjarige huisgenoot in het Personenregister Kinderopvang.