ECLI:NL:RBDHA:2020:5564
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoekers, beiden Nigeriaanse staatsburgers, hebben een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de asielaanvragen.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting via Skype op 5 juni 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Aangezien op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL20.8009 en NL20.8011), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.