ECLI:NL:RBDHA:2020:5553

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
NL20.7219
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 30 lid 1 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Slovenië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat in Slovenië sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, waardoor hij risico zou lopen op onmenselijke behandeling.

De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Slovenië zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Slovenië dit niet doet. Zijn verblijf van acht tot tien dagen in Slovenië en zijn verklaring dat hij de opvang niet heeft afgewacht omdat hij wilde doorreizen, bieden geen persoonlijke ervaring die het standpunt van verweerder ondermijnt.

De rechtbank stelt vast dat eiser zich bij problemen in Slovenië kan wenden tot de daarvoor aangewezen autoriteiten en dat er geen bewijs is dat deze autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen. Het enkele feit dat hij is gevraagd naar zijn reisroute wijst niet op systeemfouten of een reëel risico op onmenselijke behandeling. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Slovenië wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.7219

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.D. van Elst),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om verweerder bij wijze van een voorlopige voorziening te verbieden hem over te dragen voordat de rechtbank op zijn beroep heeft beslist.
Verweerder heeft op 15 juni 2020 een verzoek ingediend om de behandeling van de voorlopige voorziening met voorrang op zitting te plaatsen vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn op 27 juli 2020. De rechtbank wijst dit verzoek af, omdat voor die datum inhoudelijk op het beroep kan worden beslist.

Overwegingen

Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en stelt van Tunesische nationaliteit te zijn.
Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is omdat hij kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
Na kennis genomen te hebben van de stukken ziet de rechtbank in deze procedure aanleiding om op grond van artikel 8:54 Awb Pro uitspraak te doen zonder zitting.
Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Slovenië een verzoek om terugname gedaan. Slovenië heeft dit verzoek aanvaard.
Eiser voert aan dat zijn verzoek om internationale bescherming in Nederland in behandeling moet worden genomen, omdat er in Slovenië sprake is van het aan het systeem gerelateerde structurele tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Uit de landenrapporten van AIDA [1] “Slovenië” van 2018 en 2019 blijkt volgens eiser dat de kans groot is dat hij in eerste instantie 15 dagen geen opvang krijgt, maar zal worden gedetineerd. Voorts blijkt uit de rapporten dat er niet altijd een tolk beschikbaar is of dat deze van slechte kwaliteit is. Verweerder werpt ten onrechte tegen dat eiser niet uit eigen ervaring kan putten wat betreft de (kwaliteit van de) opvangvoorzieningen: eiser heeft verklaard dat hij acht of tien dagen in Slovenië heeft verbleven en toen niet langer heeft gewacht tot hij opvang zou krijgen. Verder stelt verweerder ten onrechte dat eiser heeft verklaard dat hij een gesprek heeft gehad met de Sloveense autoriteiten, waarin hem is gevraagd naar zijn reisverhaal. Eiser heeft aangegeven dat hem enkel is gevraagd of hij via Italië of Kroatië Slovenië is ingereisd.
6. In zijn algemeenheid mag verweerder in beginsel ten opzichte van Slovenië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Slovenië zich zal houden aan zijn internationale verplichtingen en verdragen. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat Slovenië in zijn geval niet doet.
7. De rechtbank stelt vast dat de gronden van het beroep een herhaling vormen van hetgeen eiser in zijn zienswijze heeft aangevoerd. Verweerder is daar in het voornemen en in het bestreden besluit al op ingegaan en heeft deze gronden gemotiveerd weersproken. Eiser heeft niet uiteengezet op welke punten het bestreden besluit onjuist of onvolledig is. Niet is in geschil dat eiser maar zeer kort (acht tot tien dagen) in Slovenië is geweest. Daarbij heeft hij verklaard de opvang niet af te wachten omdat hij wilde doorreizen naar Nederland. Verweerder heeft zich daarom naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat eiser daar waar het (de kwaliteit van) de opvang betreft niet kan putten uit persoonlijke ervaring. Verweerder heeft verder terecht overwogen dat eiser zich bij voorkomende problemen in Slovenië kan wenden tot de daartoe aangewezen (hogere) autoriteiten van Slovenië dan wel geëigende instanties. Niet is gebleken dat de autoriteiten van Slovenië eiser niet zouden kunnen of willen helpen. Dat eiser in de tien dagen dat hij in Slovenië is geweest is gevraagd naar zijn reisroute, dan wel of hij via Kroatië of Italië is gereisd, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat hieruit kan worden afgeleid dat sprake is van systeemfouten in de asielprocedure, dan wel dat hij een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Verweerder heeft zich daarom met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel op het standpunt mogen stellen dat ervan kan worden uitgegaan dat Slovenië de internationale verplichtingen nakomt.
8. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
De uitspraak is gedaan op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nog niet uitgesproken op en openbare uitsprakenzitting. Zodra het uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.AIDA: Asylum Information Database