ECLI:NL:RBDHA:2020:5552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds gewezen uitspraak
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Slovenië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd om overdracht te voorkomen totdat op het beroep is beslist. De staatssecretaris verzocht om de voorlopige voorziening met voorrang te behandelen vanwege het naderende verstrijken van de overdrachtstermijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank inmiddels inhoudelijk op het beroep heeft beslist, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds inhoudelijk op het beroep heeft beslist.