Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering per 28 oktober 2019 en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van onverwijlde spoed, zoals vereist op grond van artikel 8:81 Awb Pro.
Verzoekster stelde dat haar financiële noodsituatie en het gedwongen staken van haar psychische behandeling door huisvestingsproblemen spoedeisend waren. Zij kon haar huur niet meer betalen en moest haar woning verlaten, wat een stabiele thuissituatie voor haar behandeling vormde. Verweerder betwistte het spoedeisend belang omdat verzoekster sinds december 2019 een bijstandsuitkering ontvangt.
Tijdens de zitting bleek dat verzoekster inmiddels bij een vriendin verblijft en geen vaste lasten meer heeft, waardoor het financiële spoedeisend belang verviel. Het medische spoedeisend belang bleef echter bestaan omdat zij haar behandeling moest staken en de afstand tot de behandellocatie te groot is om deze voort te zetten. De lange duur van de bezwaarprocedure draagt ook bij aan het spoedeisend belang.
De rechtbank oordeelde dat de wens om de behandeling voort te zetten onvoldoende is voor spoedeisend belang en dat geen onomkeerbare medische situatie is gebleken. Ook de duur van de bezwaarprocedure is op zichzelf onvoldoende. Verweerder gaf aan dat een verzekeringsarts binnenkort onderzoek kan verrichten en verzoekster verweerder zo nodig kan sommeren.
De voorzieningenrechter concludeerde dat onvoldoende spoedeisend belang bestaat en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.