Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
H.J. Renders, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiseres is op 27 april 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en zonder eiseres te horen, waarbij is overwogen dat de wet geen verplichting tot persoonlijke verschijning bevat en dat haar belangen voldoende door haar gemachtigde worden behartigd.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk getoetst aan de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 14 mei 2020. Eiseres stelde dat de annulering van een vlucht op 23 mei 2020 door de luchtvaartmaatschappij niet verschoonbaar was en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde. De rechtbank oordeelde dat de annulering niet aan verweerder of eiseres te wijten was en dat direct een nieuwe vlucht was geboekt voor 1 juli 2020.
Verder stelde eiseres dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank volgde dit niet, mede gelet op de tijdelijke belemmeringen door het coronavirus en de versoepeling van maatregelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.