Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
H.J. Renders, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek. Het geschil spitste zich toe op de vraag of sinds dat moment de maatregel nog rechtmatig was, mede gezien de annulering van meerdere vluchten vanwege de coronapandemie.
De eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde, onder meer door geen alternatieve vertrekmogelijkheden te benutten. De rechtbank overwoog dat een tijdelijk gesloten luchtruim een tijdelijke belemmering vormde, maar dat er inmiddels vooruitzicht was op opheffing van deze belemmeringen door versoepeling van coronamaatregelen.
Verder bleek uit de voortgangsrapportage dat de staatssecretaris vertrekgesprekken had gevoerd en direct na annulering van een vlucht een nieuwe vlucht had geboekt. De eiser had zijn stelling over alternatieve vertrekwegen niet onderbouwd. Daarom oordeelde de rechtbank dat de maatregel van bewaring rechtmatig bleef en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.