ECLI:NL:RBDHA:2020:5457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie met gedragsstoornissen
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt geboren in 1936, die lijdt aan dementie NAO met gedragsstoornissen. De cliënt verblijft momenteel in een verpleeginrichting en verzet zich tegen de opname, terwijl zij 24 uur per dag zorg nodig heeft vanwege haar aandoening en gedragsproblemen.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de cliënt dat zij naar huis wil, maar zij heeft geen familie en is op zichzelf aangewezen. De advocaat pleitte voor terugkeer naar huis, terwijl de arts stelde dat dit niet verantwoord is vanwege de intensieve zorgbehoefte en het zorgmijdende gedrag van de cliënt. De cliënt vertoont agressief gedrag, valt regelmatig en kan niet zelfstandig voor zichzelf zorgen.
De rechtbank concludeerde dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar psychogeriatrische aandoening, waaronder ernstige verwaarlozing, agressie en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk om dit nadeel te voorkomen. Daarom is de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden noodzakelijk en geschikt.
De beschikking werd op 25 mei 2020 uitgesproken door rechter M.L. Sandberg-Crommelin en geldt tot uiterlijk 25 november 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie met gedragsstoornissen en ernstig nadeel.