Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Den Haag
De werkgever heeft bij de kantonrechter verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die sinds 2001 in dienst was en in detentie verbleef vanwege een veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie en andere strafbare feiten.
De werknemer heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De kantonrechter overweegt dat het verwijtbaar handelen van de werknemer, waaronder het schenden van geheimhoudingsplicht en het doorspelen van informatie aan criminelen, een redelijke grond vormt voor ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro e BW.
Herplaatsing binnen een redelijke termijn wordt uitgesloten vanwege de aard van het strafbare gedrag en de detentie. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van heden en de werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2020.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van heden wegens verwijtbaar handelen en detentie van de werknemer.