ECLI:NL:RBDHA:2020:5420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 4 februari 2020 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij op 2 oktober 2017 al een aanvraag in Luxemburg had gedaan. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogde dat Luxemburg zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onderbouwd met een brief van 22 oktober 2019 waarin Luxemburg zijn eerdere aanvraag als ingetrokken beschouwt. Daarnaast stelde eiser dat overdracht aan Luxemburg onevenredige hardheid oplevert vanwege zijn langdurig verblijf en integratie in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Luxemburg zijn verplichtingen niet nakomt. Het claimakkoord van 11 maart 2020 garandeert dat Luxemburg het verzoek in behandeling neemt. De stelling van onevenredige hardheid werd verworpen, mede gelet op eerdere uitspraken en het feit dat eiser al in 1997 ongewenst verklaard is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier A. Vranken, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.