ECLI:NL:RBDHA:2020:5419
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit en geboren in 1971, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen, aangezien geen van de partijen een zitting noodzakelijk achtte.
De rechtbank heeft in een bodemzaak (zaaknummer NL20.6921) het beroep ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is de voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt het verzoek om voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier A. Vranken, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.