ECLI:NL:RBDHA:2020:5332
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-Duitsland en coronacrisis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen. De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Duitsland, en eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat Duitsland zijn asielaanvraag niet zorgvuldig zal behandelen.
Daarnaast is de coronacrisis een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel, maar dit maakt de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. Zodra het beletsel is opgeheven, kan overdracht alsnog plaatsvinden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.