ECLI:NL:RBDHA:2020:5286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na beoordeling arbeidsvermogen en medische beperkingen
Eiseres, werkzaam in de thuiszorg, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten na haar zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 21 januari 2019 omdat zij naar oordeel meer dan 65% van haar maatmanloon kon verdienen met aangepaste functies. Eiseres voerde aan dat haar fysieke beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd door een primaire arts en getoetst door een verzekeringsarts bezwaar & beroep, die ook een hoorzitting hield. De fysieke en psychische klachten van eiseres waren onderzocht en vastgelegd in de FML. Eiseres leverde geen aanvullende medische stukken die het oordeel konden weerleggen.
De arbeidsdeskundige concludeerde na overleg met de verzekeringsarts dat de geselecteerde functies geschikt waren voor eiseres, ondanks haar beperkingen. De rechtbank vond dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar belastbaarheid werd overschreden in deze functies.
Daarom was eiseres per 20 december 2018 in staat om meer dan 65% van haar maatmanloon te verdienen, wat het UWV tot beëindiging van het ziekengeld rechtvaardigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van het ziekengeld is ongegrond verklaard.