ECLI:NL:RBDHA:2020:5278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker is op 18 december 2019 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 7 januari 2020 heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen door de aanvraag buiten behandeling te stellen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overweegt dat de beslissing niet tijdig is genomen en dat verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten, ondanks dat hij met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. Artikel 4:17, lid 6, onder b, Awb is niet van toepassing omdat het hier om een verzoek om proceskostenvergoeding gaat en niet om een dwangsom.
De rechtbank kent een proceskostenvergoeding toe van €262,50, omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 262,50 aan proceskosten aan verzoeker.