ECLI:NL:RBDHA:2020:5246
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt overgedragen aan Oostenrijk op grond van de Dublinverordening, totdat op zijn beroepsprocedure is beslist. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft zich niet langer verzet tegen de toewijzing van deze voorlopige voorziening, mede vanwege de coronamaatregelen die overdracht momenteel onmogelijk maken.
De voorzieningenrechter overweegt dat het niet passend is om een voorlopige voorziening toe te wijzen om een belang te beschermen dat niet aan de verzoeker toekomt, maar aan het bestuursorgaan. Bovendien heeft de rechtbank het onderliggende beroep in een andere zaak ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter L.M. Kos en griffier M.A.J. Arts, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Oostenrijk wordt afgewezen.