ECLI:NL:RBDHA:2020:5229

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2020
Publicatiedatum
12 juni 2020
Zaaknummer
C/09/593387 / FA RK 20-3290
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzTijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz voor betrokkene met psychische stoornis

De officier van justitie verzocht op 26 mei 2020 om voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die sinds kort vanuit Egypte in Nederland verblijft en kampt met een bipolaire stoornis en schizofreniespectrumstoornis. Betrokkene voelt zich niet goed, is argwanend over haar eten en wil graag bij haar zus verblijven. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat opname niet proportioneel is en er geen onmiddellijk dreigend nadeel bestaat.

De psychiater gaf aan dat betrokkene zich niet op haar gemak voelt in de accommodatie en de medicatie niet inneemt. De situatie thuis was geëscaleerd, wat tot opname leidde. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De voorgestelde verplichte zorg is noodzakelijk, evenredig en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De rechtbank besloot de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor een periode van drie weken, tot en met 19 juni 2020, met het oog op stabilisatie van betrokkene alvorens zij de accommodatie verantwoord kan verlaten. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 19 juni 2020.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/593387 / FA RK 20-3290
Datum beschikking: 29 mei 2020

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 26 mei 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1987,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. D.Z. Peters te Rijswijk Zh.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 mei 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 26 mei 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel van 26 mei 2020;
  • een op 25 mei 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 mei 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- de [psychiater 2] en [verpleegkundige] , beiden in aanwezigheid van betrokkene;
- de advocaat;
- de tolk in de Egyptische taal, F.A.E. Askar.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft meegedeeld dat zij zich niet goed voelt en dat zij niet goed kan eten. Zij is bang dat er in het eten een bepaald poeder zit. Daarnaast heeft de thee die zij drinkt een andere smaak. Betrokkene heeft aangegeven dat zij bij haar zus kan logeren, zij wil dan ook graag met haar zus mee naar huis.
De advocaat heeft namens betrokkene gepleit voor afwijzing van het verzoek. Een opname is niet proportioneel en doelmatig en er is geen onmiddellijk dreigend nadeel die voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk maakt. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de verplichte vormen van zorg – opnemen in een accommodatie en – beperken van de bewegingsvrijheid niet op te nemen en meer subsidiair dat de opname van betrokkene in de accommodatie stopt op het moment dat betrokkene feitelijk bij haar zus terecht kan. Betrokkene is pas heel recent vanuit Egypte naar Nederland gekomen, die overgang is heel pittig geweest, mede vanwege de taalbarrière. In Nederland heeft betrokkene geprobeerd medische hulp te krijgen voor haarzelf en voor haar zoon maar volgens de echtgenoot zijn er problemen met de zorg. Vanwege de Ramadan heeft betrokkene slechter gegeten en geslapen en voelde betrokkene zich zo slecht dat zij uiteindelijk is opgenomen. De echtgenoot van betrokkene zou de medicatie die betrokkene uit Egypte heeft meegenomen, in haar eten hebben gedaan waardoor haar ritme is verstoord. Inmiddels verblijft betrokkene al een paar dagen in de accommodatie en voelt zij zich wat beter.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene in december vanuit Egypte naar Nederland is gekomen en de Nederlandse taal niet spreekt. De indruk is dat betrokkene zich in de accommodatie totaal niet op haar gemak voelt. Omdat het thuis enorm is geëscaleerd is betrokkene uiteindelijk op genomen. In Egypte heeft betrokkene olanzapine voorgeschreven gekregen voor haar bipolaire stoornis maar betrokkene is erg argwanend en neemt op dit moment de medicatie niet in. Het is begrijpelijk dat betrokkene graag naar haar zus wil, de psychiater heeft echter nog geen contact gehad met de zus en heeft dus ook geen informatie of dit mogelijk is.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is argwanend en verward In de thuissituatie is het geëscaleerd maar ook in de accommodatie vindt betrokkene het moeilijk om te eten en te drinken. Zij heeft de angst dat daar een bepaald poeder doorheen is gedaan.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en bipolaire stemmingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank is van oordeel dat een langere opname van betrokkene noodzakelijk is. Nog niet duidelijk is of betrokkene daadwerkelijk bij haar zus terecht kan. Het is van belang dat het toestandsbeeld van betrokkene stabiliseert alvorens zij verantwoord de accommodatie kan verlaten. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[de vrouw] ,

geboren op [geboortedag] 1987,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 juni 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Peters, rechter, bijgestaan door S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 mei 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op *.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.