ECLI:NL:RBDHA:2020:5126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A.J. Overdijk
- D.W.A. van Weert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op WW-uitkering wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en falen vertrouwensbeginsel
Eiseres was van 2010 tot 2018 werkzaam, onder meer in de Verenigde Staten en Nederland, en vroeg in augustus 2019 een WW-uitkering aan nadat haar arbeidsovereenkomst was geëindigd. Verweerder weigerde aanvankelijk de uitkering omdat eiseres niet voldeed aan de wekeneis, maar wijzigde later het standpunt dat zij wel aan de wekeneis voldeed, doch niet verzekerd was vanwege verblijf in de VS en dat de aanvraag te laat was ingediend.
Eiseres stelde dat zij eerder telefonisch contact had gehad met verweerder en op grond daarvan mocht wachten met de aanvraag, een beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat uit de contactregistratie blijkt dat het eerste contact pas in augustus 2019 was en dat eiseres dit niet met objectieve stukken kon onderbouwen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding, ondanks de omstandigheden van eiseres zoals taalbeheersing en persoonlijke situatie. Verweerder handhaafde de weigering van de WW-uitkering en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding en falen van het vertrouwensbeginsel.