ECLI:NL:RBDHA:2020:5122
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstand wegens onvoldoende gegevens over leningen
Verzoeker heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen vanwege het ontbreken van volledige informatie over zijn financiële situatie, met name over leningen van derden. Verzoeker stelde dat hij geld van vrienden had geleend, maar kon dit niet bewijzen omdat deze vrienden weigerden een verklaring te ondertekenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de financiële situatie van verzoeker, maar dat de gevraagde gegevens essentieel zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat het onmogelijk is deze gegevens te overleggen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker wordt geacht de situatie in bezwaar verder toe te lichten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende verstrekte gegevens over leningen.