ECLI:NL:RBDHA:2020:5054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit en tweejarig inreisverbod voor Albanese vreemdeling
De zaak betreft een beroep van een Albanese vreemdeling tegen een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar, opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het terugkeerbesluit is gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, onderbouwd met meerdere gronden uit het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser voerde aan dat bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig waren, zoals zijn medewerking aan uitzetting en afhankelijkheid van handel met Europese buurlanden, waardoor het inreisverbod onredelijk zou zijn. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom het inreisverbod van twee jaar werd opgelegd en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende gemotiveerd had en dat eiser geen bijzondere omstandigheden had onderbouwd. Verweerder had bovendien gerichte vragen gesteld tijdens het gehoor, waarop eiser geen relevante zakelijke of familiale banden in Nederland of Europa had kunnen aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L.E. Bakels op 29 mei 2020 en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar is ongegrond verklaard.