ECLI:NL:RBDHA:2020:5051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorrangsverklaring woningzoekende wegens niet voldoen aan urgentiecriteria
Eiseres heeft op 30 april 2019 een aanvraag ingediend voor een voorrangsverklaring als woningzoekende omdat zij sinds oktober 2017 dakloos is en medische problemen heeft. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat niet voldaan werd aan de eis van een levensbedreigende of levensontwrichtende situatie. Na bezwaar handhaafde het college de afwijzing op grond dat eiseres sinds kort in een short stay verblijft met liftvoorziening, waardoor zij niet binnen drie maanden andere woonruimte behoeft.
Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, dat haar medische situatie was verslechterd en dat zij door toedoen van een incapabele bewindvoerder dakloos was geworden. De rechtbank oordeelde dat het college terecht rekening hield met het verblijf in de short stay en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij door financieel wanbeleid dakloos was geworden.
Verder stelde de rechtbank vast dat het college niet onredelijk had gehandeld door geen voorrangsverklaring toe te kennen met toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.