ECLI:NL:RBDHA:2020:4979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inreisverbod na terugkeerbesluit op juiste wijze bekendgemaakt
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, kreeg op 7 mei 2019 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat hij niet had voldaan aan een terugkeerbesluit van 16 augustus 2016. Eiser stelde dat het terugkeerbesluit niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, omdat hij het nooit persoonlijk had ontvangen en zijn gemachtigde zich had teruggetrokken.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit wel op juiste wijze was bekendgemaakt, mede gelet op eerdere uitspraken waarin dit standpunt werd bevestigd. Er waren geen nieuwe feiten die dit oordeel konden wijzigen. Omdat eiser niet had voldaan aan het terugkeerbesluit en de EU niet had verlaten, bleef het inreisverbod terecht van kracht.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod niet proportioneel was, gezien het feit dat hij slechts voor één feit zonder geweld was veroordeeld en familie en vrienden in België en Nederland heeft. De rechtbank vond de motivering van verweerder echter voldoende en zag geen reden om het inreisverbod te matigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard omdat het terugkeerbesluit op juiste wijze bekend is gemaakt en nog steeds van kracht is.