ECLI:NL:RBDHA:2020:4894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 20 november 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser eerder in Duitsland asiel had aangevraagd.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM vanwege zijn psychische klachten en de vrees voor refoulement naar Nigeria. De rechtbank oordeelde dat verweerder op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht aannemen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt.
De medische situatie van eiser en de garanties van Duitsland om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen en passende zorg te bieden, waren onvoldoende om aannemelijk te maken dat overdracht tot onrechtmatige behandeling zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.