ECLI:NL:RBDHA:2020:4881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, van Poolse nationaliteit, is op 9 maart 2020 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze tot 23 maart 2020 rechtmatig.
Het geschil spitst zich toe op de rechtmatigheid van de maatregel sinds dat moment. Eiser stelde dat verweerder niet voortvarend handelde bij zijn uitzetting, mede vanwege een vertrekgesprek op 9 april 2020 en het uitblijven van verdere uitzettingshandelingen. Verweerder overlegde een voortgangsrapport waaruit bleek dat een geplande vlucht op 12 april 2020 werd geannuleerd vanwege verzet van eiser en de coronamaatregelen.
Daarnaast voerde eiser aan dat een volledige lockdown in Polen uitzetting onmogelijk maakte. De rechtbank verwees naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat coronamaatregelen tijdelijke belemmeringen zijn en uitzetting binnen redelijke termijn nog mogelijk blijft.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat de coronamaatregelen geen reden zijn om de maatregel van bewaring op te heffen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.