ECLI:NL:RBDHA:2020:4669
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorzieningen wegens niet tijdig beslissen in sociale zekerheidszaken
Verzoeker heeft meerdere beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op aanvragen en bezwaarschriften betreffende bijzondere bijstand en griffierechten. Tevens verzocht hij om voorlopige voorzieningen in deze zaken.
De voorzieningenrechter overwoog dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij aannemelijk is dat verzoeker in een noodsituatie raakt voordat de bodemrechter uitspraak doet. Door afspraken tijdens de coronacrisis worden gedwongen woningverkopen tot minstens 1 juli 2020 uitgesteld, tenzij sprake is van criminele activiteiten.
De geplande woningveiling van verzoeker is tweemaal uitgesteld en mogelijk pas na het zomerreces, dus na september 2020, gepland. Hierdoor ontbreekt een concrete datum en daarmee het spoedeisend belang. De rechtbank is voornemens de bodemzaken op korte termijn te behandelen, zodat de uitspraak kan worden afgewacht.
Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorzieningen af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.