ECLI:NL:RBDHA:2020:4626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs voor onveiligheid in Georgië
Eiser, van Georgische nationaliteit, vroeg asiel aan wegens bedreigingen en bloedwraak door de vader van zijn ex-vriendin, een politieagent uit Svaneet. Hij stelde dat Georgië voor hem persoonlijk geen veilig land van herkomst is, mede vanwege de invloed van de vader bij de regering en het ontbreken van bescherming door de autoriteiten.
Verweerder erkende de geloofwaardigheid van eisers identiteit en zijn situatie, maar stelde dat Georgië algemeen als veilig land geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen. Eiser had geen aangifte gedaan en bracht geen actuele, gezaghebbende informatie in die zijn stellingen ondersteunt.
De rechtbank oordeelde dat het rechtsvermoeden van effectieve bescherming door Georgische autoriteiten niet is doorbroken. Eiser had geen pogingen ondernomen om bescherming te verkrijgen en zijn beroep was daarom ongegrond. De rechtbank wees ook de stelling af dat de invloed van de vader bij de regering bescherming onmogelijk maakt.
De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onveiligheid in Georgië.