ECLI:NL:RBDHA:2020:4604

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2020
Publicatiedatum
25 mei 2020
Zaaknummer
NL20.8282
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 106 VwArt. 30b VwArt. 3.109b Vb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenzaak

Eiser, van Bengaalse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 8 februari 2020 aan hem was opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij verzocht tevens om schadevergoeding vanwege vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.

De rechtbank stelde vast dat de maatregel van bewaring tot 30 maart 2020 rechtmatig was, zoals eerder beoordeeld in een uitspraak van 3 april 2020. De vraag was of de bewaring daarna onrechtmatig was geweest. Eiser stelde dat na de gegrondverklaring van zijn asielberoep op 27 maart 2020 de grondslag voor de bewaring was komen te vervallen, omdat zijn asielaanvraag ten onrechte in de grensprocedure was behandeld.

De rechtbank oordeelde dat deze stelling niet slaagt, mede omdat verweerder de bewaring drie dagen na de einduitspraak heeft opgeheven en niet is gebleken dat dit onnodig lang heeft geduurd. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.8282

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 8 februari 2020 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft op 7 april 2020 een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft op 8 april 2020 gronden van beroep ingediend.
Verweerder heeft op 30 maart 2020 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Bengaalse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 3 april 2020 (in de zaak NL20.6463) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 30 maart 2020 rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat de grondslag voor de maatregel van bewaring is komen te vervallen door de gegrondverklaring van het beroep in zijn asielzaak bij uitspraak van 27 maart 2020 (NL20.3724). Immers, uit voornoemde uitspraak volgt dat verweerder eisers asielaanvraag ten onrechte met toepassing van artikel 30b, eerste lid, van de Vw heeft afgewezen en dat hij eiser toegang had moeten verlenen tot Nederland op grond van artikel 3.109b, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb). Dit betekent dat de maatregel van bewaring vanaf aanvang onrechtmatig is.
5. De rechtbank stelt vast dat deze rechtbank en zittingsplaats de einduitspraak van 27 maart 2020 heeft betrokken bij de beoordeling van onderhavige maatregel in haar uitspraak van 3 april 2020. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 2 maart 2020 (NL20.3731) heeft geoordeeld dat de lichte en zware gronden die aan deze maatregel ten grondslag zijn gelegd, deze maatregel kunnen dragen. Nu eiser enkel de gegrondverklaring van het beroep in zijn asielzaak heeft aangevoerd ter bestrijding van onderhavige maatregel, kan dit beroep niet slagen. Bovendien ligt hier alleen de periode vanaf 30 maart 2020 voor. De stelling van eiser dat achteraf bezien zijn asielaanvraag niet in de grensprocedure had mogen worden behandeld en daardoor een grondslag voor de huidige maatregel ontbreekt, kan reeds daarom niet slagen. Daarnaast heeft verweerder drie dagen na de einduitspraak van 27 maart 2020 de bewaring opgeheven en niet is gesteld of gebleken dat de opheffing onnodig lang heeft op zich heeft laten wachten.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Naganathar, griffier.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.