ECLI:NL:RBDHA:2020:4601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring wegens redelijk vooruitzicht op verwijdering
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 31 januari 2020 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 30 maart 2020 de maatregel nog rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is vanwege de langdurige sluiting van het Marokkaanse luchtruim door COVID-19 en het ontbreken van een laissez-passer. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin de luchtruimsluiting als tijdelijke belemmering werd aangemerkt. Eiser maakte onvoldoende concreet waarom in zijn geval verwijdering niet binnen een redelijke termijn mogelijk is.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en onvoldoende inspanningen verrichtte om medewerking van Marokkaanse autoriteiten te verkrijgen. De rechtbank constateerde dat verweerder regelmatig rappelleerde en meerdere vertrekgesprekken voerde, waarbij eiser niet meewerkte. Ook het verzoek om toepassing van een lichter middel werd afgewezen omdat de maatregel van bewaring gemotiveerd en passend werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.