ECLI:NL:RBDHA:2020:4516
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens onduidelijke ingebrekestelling afgewezen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. De rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een geldige ingebrekestelling, omdat niet duidelijk was op welke aanvraag deze betrekking had. Opposante deed verzet tegen deze uitspraak.
Tijdens de mondelinge behandeling met beeldverbinding op 14 mei 2020 heeft opposante aangevoerd dat het V-nummer voldoende duidelijkheid geeft over de aanvraag en dat slechts één procedure loopt. Ook wees zij op vergelijkbare zaken waarin summiere ingebrekestellingen wel werden geaccepteerd.
De rechtbank oordeelt dat het de verantwoordelijkheid van de indiener is om duidelijk te maken op welke aanvraag de ingebrekestelling betrekking heeft. Het enkel vermelden van naam en V-nummer is onvoldoende omdat het V-nummer een persoonsnummer is en niet de aanvraag specificeert. Dat verweerder zelf kon achterhalen om welke aanvraag het ging, ontslaat opposante niet van deze verplichting.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van haar eerdere oordeel en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen plaats voor belangenafweging in deze verzetprocedure. De buitenzittinguitspraak blijft in stand en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft gehandhaafd.