Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[B.V.] potentiële klanten zal benaderen en bemiddeling c.q. begeleiding zal verlenen bij de totstandkoming van overeenkomsten in de volgende landen: Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Qatar, Saudi Arabië, Irak, Koeweit, Bahrein, Oman, Jemen, Syrië, Jordanië, Libanon, Libië, Algerije en Marokko. Eiseres heeft recht op een vergoeding van 10% van de verkoopprijs, exclusief BTW, over alle overeenkomsten die tot stand zijn gekomen tussen
[B.V.] en klanten uit die landen. Indien er geen overeenkomst tot stand komt tussen [B.V.] en een klant, is [B.V.] geen vergoeding verschuldigd aan eiseres voor de door haar aan
[B.V.] verleende diensten.
5 genoemde vaststellingsovereenkomst (VSO) waarbij de agentuurovereenkomst is beëindigd.
Bijlage Ien welke bijlage van deze vaststellingsovereenkomst onlosmakelijk onderdeel uitmaakt.
Bijlage 1.
Bijlage 1: Vergoeding
1.Bepalingen en voorwaarden
2.Schema deelvergoedingen aan [eiseres] gerelateerd aan project deelbetalingen
[belastingnummer] , ECLI:EU:C:2016:855). Weliswaar kon eiseres op 31 mei 2015 slechts schattenderwijs vaststellen welk bedrag aan belasting zij verschuldigd zou zijn, maar dat betekent niet dat op dat moment de omzetbelasting nog niet verschuldigd is. Met de totstandkoming van het contract tussen [B.V.] en het Instituut op 27 januari 2016 is de aanneemsom en dus ook de door eiseres te ontvangen vergoeding komen vast te staan. Eiseres had toen eventueel een suppletieaangifte kunnen indienen voor (het tweede kwartaal) van 2015. Ook uitgaande van de datum van 27 januari 2016, gaat het echter nog steeds om belasting die is verschuldigd in 2015.