ECLI:NL:RBDHA:2020:4457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende persoon, diende op 12 januari 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 27 maart 2020 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland was vergiftigd en afgeluisterd en dat hij psychische klachten heeft, waardoor Nederland op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn aanvraag aan zich had moeten trekken. Tevens stelde hij dat de overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en dat het besluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd met objectieve en verifieerbare stukken. Er was geen bewijs dat medische zorg in Duitsland niet beschikbaar was of dat klagen aldaar onmogelijk was. De overige beroepsgronden waren onvoldoende concreet gemaakt. De rechtbank concludeerde dat de Staatssecretaris terecht geen aanleiding zag de aanvraag aan zich te trekken en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet-inhoudelijk behandelen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.