Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiseres] geboren op [geboortedatum] , van Turkse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende op 27 juni 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat verweerder niet tijdig op deze aanvraag had beslist, stelde eiseres op 5 maart 2020 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder nam op 8 april 2020 alsnog een besluit op de aanvraag, waarna eiseres het beroep op 17 april 2020 introk.
Gelijktijdig met de intrekking verzocht eiseres om verweerder te veroordelen in de proceskosten van de procedure bij de rechtbank, op grond van artikel 8:75a Awb. Verweerder gaf aan bereid te zijn de kosten tot € 262,50 te vergoeden. De rechtbank stelde vast dat het beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming door verweerder en wees het verzoek tot kostenvergoeding toe.
De proceskosten betroffen rechtsbijstand verleend door een derde en werden vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van € 262,50. De uitspraak werd gedaan door rechter Janse van Mantgem en griffier Van der Elst, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 262,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.