ECLI:NL:RBDHA:2020:4389
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na intrekking inreisverbod
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd geen verblijfsvergunning regulier verleend, werd verzoekster aangezegd Nederland onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Na het intrekken van het inreisverbod door verweerder op 9 maart 2020 vond de zitting plaats op 10 maart 2020, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond in een samenhangende uitspraak en oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na intrekking van het inreisverbod en ongegrond verklaring van het beroep.