ECLI:NL:RBDHA:2020:4387
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, met de Syrische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 10 maart 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld, maar het onderzoek ter zitting heeft niet plaatsgevonden. Op dezelfde dag is uitspraak gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL20.6848), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.E.M. van Abbe en griffier E. Kersten, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep is beslist.