Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
NL20.5817
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over een asielaanvraag van een Nigeriaanse verzoeker. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De zitting was aanvankelijk gepland op 17 maart 2020, maar vanwege de coronamaatregelen is deze vervallen en is de zaak op 11 mei 2020 via een Skype-verbinding behandeld. Zowel verzoeker als verweerder werden vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
De voorzieningenrechter verwijst naar de bodemzaak (zaaknummer NL20.5816) waarin het beroep van verzoeker ongegrond is verklaard. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening overbodig geworden en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Wolfrat en griffier A. Vranken. Vanwege de coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden ingehaald zodra mogelijk. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.