Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
dietoebehoorde
naan [bedrijfsnaam] (vestiging [straatnaam] ), heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen.
Rechtbank Den Haag
Op 19 januari 2020 heeft de verdachte samen met een ander meerdere levensmiddelen, waaronder een sandwich, weggenomen uit een Haagse vestiging van een supermarktketen. De verdachte bekende dit feit tijdens de terechtzitting van 23 april 2020. De rechtbank acht het bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door twee of meer verenigde personen.
De verdachte is een Poolse staatsburger zonder woon- of verblijfplaats in Nederland en vertoont een hoog recidiverisico. De reclassering heeft vastgesteld dat vrijwel alle leefgebieden van de verdachte criminogeen zijn en dat toezicht en hulpverlening in Nederland praktisch niet uitvoerbaar zijn. De verdachte weigert terug te keren naar Polen, maar de reclassering acht terugkeer wenselijk. De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft een voornemen tot ongewenstverklaring uitgebracht.
De verdediging verzocht om een deels voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht, maar de rechtbank volgt het reclasseringsadvies en legt een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op voor de maximale duur van twee jaar. De maatregel is passend gezien de ernst van het feit, het hoge recidiverisico en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding tot tussentijdse toetsing.
De opgelegde maatregel is gebaseerd op artikel 38m, 38n en 311 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte wordt veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor twee jaar zonder aftrek van voorarrest.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar wegens winkeldiefstal en hoog recidiverisico.