ECLI:NL:RBDHA:2020:4300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Dublinverordening en medische omstandigheden bij overdracht asielzoeker naar Duitsland
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 20 december 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde dat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, omdat eiser eerder een asielverzoek in Duitsland had ingediend. Nederland verzocht Duitsland om terugname, wat werd aanvaard.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Duitsland omdat hij eerder asiel in Oostenrijk had aangevraagd. De rechtbank oordeelde dat Duitsland verantwoordelijk is, omdat Oostenrijk Duitsland niet om terugname had verzocht. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen aanvullende garanties vroeg bij Duitsland, ondanks eiser's medische klachten en het Tarakhel-arrest dat aanvullende garanties vereist voor kwetsbare vreemdelingen naar Italië.
Het beroep op het arrest C.K. tegen Slovenië werd verworpen omdat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde voor ernstige klachten die overdracht zouden verhinderen. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet verplicht was nader medisch onderzoek te faciliteren en dat de overdracht naar Duitsland geen onmenselijke behandeling oplevert.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en Duitsland blijft verantwoordelijk.