ECLI:NL:RBDHA:2020:4299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst Marokko
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij vanwege schulden en bedreigingen in Marokko niet veilig was en dat hij geen effectieve rechtsbescherming kon inroepen. De rechtbank oordeelde dat Marokko algemeen als een veilig land van herkomst geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming van de Marokkaanse autoriteiten kan krijgen.
De rechtbank benadrukte dat het feit dat verweerder het asielrelaas na de zienswijze geloofwaardig achtte, niet afdoet aan de afwijzing op grond van het veilige land van herkomst-beleid. Ook de tijdelijke belemmeringen door de coronapandemie en lockdown in Marokko zijn volgens de rechtbank niet relevant voor de rechtmatigheid van het besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.